Wat mij opvalt aan de kinderen die in mijn praktijk Anders Leren komen is dat welk probleem ze ook hebben, het gaat al mis bij de basisstof.

Ze hebben problemen met:

  • de belangrijkste basis spellingsregel over de open- en gesloten lettergrepen (klankgroepen)
  • de basis bij rekenen: optellen en aftrekken tot 10 en tot 20
  • de basisregels van werkwoordspelling in de tegenwoordige tijd en de verleden tijd (’t kofschip-x)
  • de basisregels van werkwoordspelling in de tegenwoordige tijd en de verleden tijd (’t kofschip-x)
  • de basisbegrippen bij grammatica bij zinsontleden: persoonsvorm, onderwerp, werkwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp
  • de basisbegrippen bij grammatica bij woordsoort benoemen: zelfstandig naamwoord, werkwoord, lidwoord, voorzetsel

Er is ook een opvallende overeenkomst.Kinderen die in mijn praktijk met leerproblemen komen hebben bijna allemaal een normale of hoge intelligentie!

Dan is het toch extra bijzonder dat het bij de basis al misgaat.

Hoe is dit nu mogelijk?

Het is eigenlijk heel simpel en logisch. Het heeft te maken met de manier waarop deze kinderen denken en leren. Vaak zijn ze zichzelf niet bewust dat er verschillende manieren van denken en leren bestaan. Ze hebben geen idee van hun voorkeur voor manier van leren. Deze kinderen zijn vooral visueel ingesteld en hebben minder met taal. Ze denken vooral in beelden en filmpjes en gebruiken daar al hun zintuigen bij. Ze kunnen zich levendig dingen voorstellen, hoe iets eruitziet, hoe iets klinkt, voelt, ruikt of proeft. Ze werken graag vanuit een totaalplaatje.

Kinderen die meer een taaldenker zijn, denken vooral in woorden en zijn meer analytisch ingesteld en zijn goed of voelen zich prettig bij het werken met stappenplannen, waarbij stappen in een bepaalde volgorde moeten worden uitgevoerd. Daarna vormt zich vanzelf het totaalbeeld. Dit sluit goed aan bij hoe op school instructie wordt gegeven.

Als je het eindplaatje, het totaalbeeld, het grotere geheel als uitgangspunt nodig hebt als startpunt om een duidelijk beeld te vormen van een opdracht, dan heb je een probleem. Het denken in beelden werkt niet met volgorde, maar gaat juist alle richtingen op. Dus als je geen duidelijk beeld hebt aan het begin, blijven al die losse stapjes gewoon losse stapjes. Ze knopen niet automatisch aan elkaar tot een totaalbeeld.

Puzzel

Het is te vergelijken met een puzzel. Stel je eens een puzzel voor zonder voorbeeld. Dan is je puzzel niet meer dan een berg losse puzzelstukjes zonder betekenis. Pas als je ze allemaal aan elkaar hebt gepuzzeld vormt zich het totaalbeeld en krijgt de puzzelbetekenis.

Al die tijd – of als je geluk hebt halverwege of op driekwart van de puzzel – krijg je een idee van het beeld omdat de afbeelding langzaam zich vormt. Je moet dus als ‘beelddenker’ lang geduld hebben totdat het einddoel letterlijk in beeld komt. Door de versnippering van lesstof in stukjes en door de verspreiding van de stukjes over een langere tijd (bijv. 1 les per week) lukt het deze kinderen niet om grip op de zaak te krijgen, om beeld te krijgen.

Betekenis in beeld

Als je iets leert, maar je weet niet waar het bij hoort, kun je het ook niet toepassen. Als je ongeveer denkt te weten waar iets bijhoort of over gaat, loop je het risico dat je het op het verkeerde moment toepast. Of je mist het moment waarop je het zou moeten toepassen. Het is dus belangrijk om vooraf het grotere geheel te tonen, het totaalplaatje. Hierdoor wordt het einddoel en de weg naar dat doel meteen duidelijk.

Volgende maand vertel ik je meer over hoe je je kind kunt helpen de leerstof beter te begrijpen.

 

Herken je iets uit dit blog bij jouw kind? Heeft jouw kind ook meer met beelden dan met woorden?

Laat je reactie achter onder dit bericht of stuur mij een e-mail via info@anderslerenleren.nl.
Ik kijk uit naar je reactie!

Voor meer artikelen over leerproblemen, ADHD & autisme kijk even bij mijn blog pagina.